Waarom sterven goede, gevoelige, begaafde mensen jong? --- Twee waterbuffelhoorns als getuigenis

Gepubliceerd door Oliane op 23 mei 2026

In 2015 ontving ik een brief van mijn innig geliefde dochter, mijn eerstgeborene. Ze schreef dat ze de waterbuffelhoorns weg wilde doen, omdat ze die ‘zo agressief’ vond. Haar mededeling is de aanleiding om dit blog te schrijven, samen met mijn verlangen om haar waarheid naar buiten te brengen. Om zo nog iets voor haar te kunnen doen.    

De dag dat ik de hoorns aan haar gaf — twee jaar eerder — herinner ik me nog levendig. We waren samen haar nieuwe woning aan het schoonmaken toen we een pauze namen, omdat ze nog een boodschap wilde doen. Onderweg kwamen we langs een tweedehandswinkeltje. Ze wilde even naar binnen. Daar viel haar oog op twee zwarte, scherpe waterbuffelhoorns. Ik zag dat ze erdoor gefascineerd was en ik gaf ze haar als geschenk voor in haar huisje. Op dat moment zag ik alleen haar fascinatie, maar de diepere betekenis achter de hoorns kende ik toen nog niet.

Dat inzicht was er twee jaar later wel, toen ik haar brief ontving waarin ze schreef dat ze de hoorns weg wilde doen. Ik begreep inmiddels waar ze voor stonden. Ze had in die zwarte hoorns onbewust haar eigen, natuurlijke, volkomen gerechtvaardigde agressie herkend. Het was de woede en haat als reactie op de wreedheid die ze als kind van mij en haar vader te verduren had gehad. Het was ook het verlangen wraak te nemen voor het leed dat haar was aangedaan: één hoorn om mij mee te steken, de andere voor haar vader.

Zoals een waterbuffel zijn hoorns nodig heeft voor overleving en om zijn grenzen mee aan te geven, zo was zij, als elk ander kind, met dat vermogen zich te verdedigen geboren. We kunnen dit vreselijk belangrijke mechanisme zien bij hele jonge kinderen als ze, nog voordat ze kunnen praten, ‘nee’ schudden met hun hoofd. En als ze eenmaal kúnnen praten, ‘nee’ zeggen. Dat is niet zomaar een ontwikkelingsfase bij een jong kind, maar essentieel om te kunnen overleven. Ouders moeten dat ‘nee’ van het kind altijd respecteren. Gezonde woede, als reactie op pijn, is wat Gabor Maté terecht een boundary defense noemt in een van zijn video’s. 

Maar mijn kind mocht die kracht niet gebruiken. Als hulpeloos klein meisje kon ze zich niet verdedigen tegen ouders die haar grenzen en waardigheid voortdurend schonden. We waren destructieve ouders. Dat kwam doordat we de trauma’s uit onze eigen kindertijd niet hadden verwerkt. We wisten niet hoe we haar werkelijk konden liefhebben of hoe we haar konden helpen haar emoties te reguleren. We waren emotioneel geblokkeerd en ongevoelig; we verstonden haar taal niet en verzuimden haar natuurlijke ontwikkelingsbehoeften te vervullen.

We dwongen haar om haar stem, haar grenzen en haar woede te onderdrukken. Dit veroorzaakte zoveel angst voor haar ouders --- vooral voor mij, haar moeder --- dat ze onder voortdurende stress leefde. Met mijn moederlijke instincten bevroren bood ik haar geen empathische, begeleidende omgeving om in op te groeien. Dit alles heeft diepe impact op haar leven gehad. En hoewel het geen opzet was, verwondt ook onbedoelde wreedheid de ziel van een kind tot in de kern.

De angst sloeg me om het hart toen ik haar woorden las, omdat ik weet dat onze gezondheid en zelfs ons leven in gevaar is als we de gezonde woede uit onze kinderjaren onderdrukken. Dat komt omdat woede en haat zeer sterke gevoelens zijn en onderdrukken ervan serieuze gevolgen heeft. Er is veel betrouwbaar bewijs dat dit ondersteunt: het onderdrukken van gezonde woede creëert een predispositie voor ziekte, waardoor de dood eerder de kans krijgt te verschijnen.

Alice Miller schreef in De opstand van het lichaam dat het lichaam met ziekte reageert als we aanhoudend de vitale functies ervan miskennen. Ze schreef: ‘Only the unfelt yet powerful emotions and needs, the feared and banished ones, can kill us.’ Ik vreesde daarvoor, omdat ze haar gezonde agressie niet gebruikte om zich te bevrijden van haar verleden.

Deze gezonde woede en haat, die ze onbewust diep vanbinnen voelde en herkende in de hoorns, begreep ik inmiddels. Dat kwam omdat ik dichter bij het kind was gekomen dat ik zelf eens was, waardoor ik het kind in mijn eigen kinderen luid en duidelijk hoorde. Vanaf haar jongste jaren tot ver in haar volwassen leven richtte mijn dochter haar onverwerkte woede en haat met vlagen op mij in de vorm van wrok. Het is erg verdrietig voor haar én voor mij dat ik dat heel lang niet heb begrepen, en ik verzuimde haar gevoelens te benoemen toen ze nog een kind was. Had ik dat wel gedaan – en ik was er verantwoordelijk voor dat te doen – dan had ze een enorme verlichting en erkenning ervaren. Het zou geen geheim meer zijn dat ze alleen moest dragen. Aan haar wrok was ik daadwerkelijk schuldig.

Ik schreef haar terug hoe belangrijk het was haar woede en haatgevoelens  jegens mij te voelen en te richten op de moeder die ik eens voor haar was, evenals het deel voor haar vader. Ik schreef dat ik dat verdragen kon en er niet dood aan zou gaan. Haar antwoord was dat ze mijn woorden ‘zo agressief vond’. Ze hoorde de empathie niet in mijn woorden voor het kind dat ze eens was, en loochende haar eigen ware gevoelens. Maar hoe wrang is het als de moeder die je zo’n pijn deed, je nu aanmoedigt je gerechtvaardigde woede te voelen? Voor mij moest ze immers als baby haar woede al onderdrukken. Ik voelde hartzeer en wilde haar helpen, maar wist niet hoe.

Een jaar na deze briefwisseling, kwam mijn dochter me een bezoek brengen. Ik had toen niet kunnen vermoeden dat dit de voorlaatste keer was dat ik haar ooit nog zou zien. We hadden elkaar voor het laatst gesproken via de brieven over de waterbuffelhoorns. Ze was ondertussen moeder geworden van een prachtige zoon, mijn derde kleinkind. De aanleiding voor haar bezoek was een advertentie van de woningverhuurmakelaar, waarin ze zag dat mijn woning vrij zou komen. Ze had me gebeld en gezegd dat ze daarvan geschrokken was, omdat ze dacht dat ik misschien overleden was en ze nog niet klaar met me was. Ze wilde naar me toe komen. Ik voelde een diep gevoel van vreugde in me opwellen.

Toen ik enkele dagen later terugkwam van het uitlaten van mijn hond, zag ik haar aankomen. Er volgde een voor mij onvergetelijke, warme, hartelijke omhelzing waarin haar geschiedenis met mij, die erg pijnlijk voor haar was, even niet tussen ons in stond. Ik zei haar dat ik het heerlijk vond haar weer te zien en bij haar te mogen zijn, en dat ze een grote lieverd was.

Onder het genot van een kopje thee vertelde ze me eerst over haar waarlijk gewenste zwangerschap en de geboorte van haar zoon. Tijdens zijn geboorte had ze aan zichzelf getwijfeld of ze wel in staat zou zijn haar eigen kind ter wereld te brengen. Maar ze had haar onzekerheid weten te overmannen en de kracht gevonden haar kind, waar ze samen met haar partner vol verlangen naar had uitgekeken, zonder blokkering geboren te laten worden. Haar zoon was op het moment van haar bezoek twee jaar en drie maanden oud.

Ik vroeg haar hoe ze het moederschap beleefde. Ze vertelde dat ze het moeder zijn niet als gemakkelijk ervaarde. Maar wát het niet makkelijk voor haar maakte vertelde ze niet, ondanks de oprechte, uitnodigende belangstelling die ik toonde. Misschien wilde ze me ontzien en was er angst me te beschuldigen. Of koos ze ervoor niet openhartig met me te zijn. Ook kon het zijn dat ze zichzelf niet de volle waarheid had gegeven over wat er in haar eerste levensjaren --- de meest belangrijke jaren van haar leven --- ontbroken had, en dat er nog illusies waren.

De eerste levensjaren zijn cruciaal, omdat het brein dan een enorme groei doormaakt en met overwegend liefdevolle ervaringen van beide ouders een gezonde ontwikkeling doormaakt. Als die ontbreken verloopt die ontwikkeling anders. Daarom hebben de eerste levensjaren meer impact op ons hele verdere leven dan latere gebeurtenissen.

Het is de tragiek van mijn volwassen kind dat ze niet het geluk heeft gehad te mogen opgroeien in een gezinssfeer waarin warmte was, affectie en behoeftevervulling. Had ze dat wel gekregen, dan was ze in verbinding gebleven met haar authentieke zelf; met haar gevoelens, behoeften en verlangens die ze dan niet had hoeven te onderdrukken. Dan had ze niet haar leven verloren.

Juist nu ze zelf moeder was geworden, kon ze geen beroep doen op in haar lichaam bewaard gebleven ontwikkelingsgeschenken: het vanzelfsprekende contact met haar eigen gevoelens en behoeften --- haar authenticiteit --- waar haar zoon van afhankelijk was voor zijn behoeftebevrediging. De pijnlijke ervaring dat ze niet zichzelf mocht zijn, had haar in die prille periode van haar moederschap onzeker gemaakt om op haar moederlijke instincten te vertrouwen. Ze zocht naar haar innerlijke leven, naar wie ze was, naar haar identiteit.

Misschien ook voelde ze zich nog onzeker, zoals ook de jonge moeder Johanna in Het drama van het begaafde kind, om volledig te vertrouwen op haar liefdesgevoelens voor haar zoon. Misschien was er nog angst te mogen liefhebben zonder uitgebuit, bedrogen en verkracht te worden, en de angst dat het slecht met haar zou aflopen als ze zich aan haar liefde voor hem zou overgeven. Ik weet het niet. Maar wat ik in haar woorden hoorde, was dat ze zoveel beter met haar zoon omging dan ik met haar en haar beide broers.

Niet lang na haar bezoek begon ze zich te certificeren als erkend Non-Violent Communication (NVC) trainer en mediator. Ik denk dat het haar veel goeds heeft gebracht en haar hielp op haar eigen gevoelens, behoeften en moederlijke vaardigheden te vertrouwen; om haar kind te ondersteunen, te beschermen, hem lief te hebben en daaraan vreugde te ontlenen.

Na ons gesprek wilde ze, voor ze naar huis ging, eerst nog wat spulletjes in haar reistas doen. Het waren haar spullen die nog bij mij stonden. Ik werd toen opnieuw geconfronteerd met het verdriet van mijn kind. Ik zag hoeveel invloed mijn onverwerkte geschiedenis had op haar leven en hoe zich dit heeft voortgezet in mijn kinderen.

Onder het inpakken vertelde ze dat ze het vorige jaar, toen haar zoon één jaar oud was, zoveel last had gehad van hooikoorts. Vooral van haar linkeroog, waarmee ze dikwijls wazig zag. Ze leed al sinds haar kindertijd aan hooikoorts. Volgens dr. Aimie Apigian is dit in essentie een chronische aandoening van een verstoord zenuwstelsel --- een zenuwstelsel dat ontregeld en overgevoelig is geworden door onverwerkte traumatische ervaringen uit het begin van haar leven. Maar nu was het heel erg geweest.

Ik begreep dat ze in haar zoon zichzelf had gezien toen ze zelf zijn leeftijd had; het herinnerde haar onbewust aan hoe zij zich toen voelde. Het wazig zien was haar tragiek: om te helen had ze helder moeten zien met beide ogen. Daar had ze haar woede voor nodig, die ze in de waterbuffelhoorns gesublimeerd had, maar die door angst was bedekt.

Voorzichtig probeerde ik haar uit te leggen dat de hooikoorts en het wazige zicht aan juist haar linkeroog het gevolg was van vroeg trauma. Het linkeroog is immers direct verbonden met het rechterbrein, de plek waar het onbewuste en vroege trauma’s liggen opgeslagen. Ze ontkende: ‘… maar dan zou iedereen met hooikoorts…‘ Ik liet de stilte die volgde bestaan om haar eigen ontdekking niet in de weg te staan en ruimte te geven voor haar eigen gedachten en gevoelens.  

Toen ze haar laatste spullen in haar tas deed, vroeg ik of ze ook haar twee plantjes wilde meenemen. Ze had ze drie jaar eerder bij me gebracht om te verzorgen, omdat ze enkele maanden voor haar werk naar het buitenland zou gaan. Het waren twee orchideeën. Eén daarvan had ze, vanuit haar eigen innerlijke keuze zelf uitgezocht op de bloemetjesmarkt in Amsterdam. Het was een Oncidium, die in de herfst tere trosjes krijgt met tal van kleine lila-roze bloemetjes met een geel hart, en die heerlijk geurt. Deze plant staat nog steeds bij mij. Ik hoopte hem eens aan haar terug te kunnen geven.   

Haar andere plant was een Paphiopedilum of Venusschoen. Deze krijgt grote, opvallende bloemen waarvan de lip van de bloem lijkt volgens zeggen op een vrouwenschoen. Het was een stek van één van de planten die ik vanaf haar geboorte in de woonkamer had staan; ik had ze destijds van mijn vader gekregen. Ze was verbaasd geweest dat ik haar plantje, dat ze zelf had uitgekozen, had bewaard en gezegd: ‘… O, heb je die nog?’ Vervolgens deed ze de Venusschoen in haar tas, waar nog net plaats was voor één plant.

Ik meende in deze woorden het kleine meisje in haar te horen dat zich verontwaardigd afvroeg ‘Waarom heb je mijn plantje wél bewaard, maar gaf je mij geen toewijding? Waarom had je geen begrip voor mijn behoeften en heb je ze niet vervuld? Waarom was er geen ruimte om mijn eigen gevoelens te voelen en ernaar te leven? Wat is er mis met mij? Ben ik respect en liefde niet waardig?

Maar ze was nu geen kind meer, maar een volwassen vrouw met een klein niet-geïntegreerd meisje in haar. Ze had dan deze gevoelens van dat meisje nog niet volledig toegelaten en nog niet tot rouw gekomen. Als ze haar ware gevoelens op dat moment niet had geloochend, had ze beslist voor haar eigen, zelfgekozen plantje (de Oncidium) gekozen. Dan had ze de Venusschoen laten staan. Al 41 jaar lang hield ze haar krachtige emoties en behoeften uit haar kindertijd onderdrukt en koos ze onbewust voor de illusie in plaats van voor zichzelf. Ik voelde verdriet in me opkomen over mijn onwetendheid en gebrek aan bewustzijn als jonge moeder.

Haar keuze voor de Venusbloem bracht haar tragische relatie met mij tot uitdrukking, en haar hevige lijden als baby en klein kind. Dat had alles te maken met de urgent gebleven behoefte aan oprechte, onvoorwaardelijke liefde: de vrijheid om naar haar eigen gevoelens en behoeften te leven en te zijn wie ze authentiek was. Zich verbonden te voelen met zichzelf. De bloem symboliseerde een koude, ongevoelige omgeving waar ze niet de emotionele voeding kreeg die ze nodig had. Destijds had ik haar aan een niet-ondersteunende, empathische omgeving blootgesteld. Toen ik haar de Venusbloem in haar tas zag doen voelde ik haar verdriet. Haarscherp liet ze me zien dat de orchidee het symbool was geworden van liefde dat ze als klein meisje gecreëerd had om de koude, ongevoelige omgeving te overleven waarin ze opgroeide.

Omdat een kind absoluut liefde nodig heeft, creëert het over de gemiste liefde aan het begin van het leven illusies van liefde. Het heeft geen andere keuze dan de pijn en woede en andere gevoelens en behoeften te onderdrukken en moeder te idealiseren. Met illusies gaat het om het verdriet van het kind dat zich niet geliefd en gerespecteerd voelt en daarom vasthoudt aan de illusie van liefhebbende ouders. De Venusbloem als symbool was voor mij herkenbaar. Om dezelfde reden als het kind dat ze eens was, was de bloem ook voor mij eens de oplossing voor de afwezige liefde geweest. Dit begaafde meisje had gezien hoe moeder die plant verzorgde om deze te laten groeien en bloeien, maar zij kreeg die voeding niet. Ze liet toen de illusie ontstaan dat als zij van de bloem hield, haar moeder ook van háár zou houden.      

Ik herken in het verhaal van Harry Guntrip in Alice Millers boek Het ontwaken van Eva de lijdensweg van mijn kind. Het beschrijft hoe moeilijk het is, zelfs voor een ervaren analyticus als Guntrip, om de volle waarheid onder ogen te komen. Het was voor Guntrip onaanvaardbaar dat zijn moeder op grond van haar eigen verdrongen geschiedenis vanaf het begin van zijn leven niet van hem heeft kunnen houden. Hij klampte zich vast aan de illusie dat zijn moeder hem ten minste in de eerste maanden wel had liefgehad. Alice Miller schreef dat hij voor die illusie heeft moeten betalen met zijn leven en hij stierf aan de gevolgen van kanker.

Ondanks het innerlijke werk dat mijn kind aan zichzelf deed en het overwinnen van veel angsten en onzekerheden, bleef een deel van haar verleden niet toegankelijk voor verwerking. De pijn, woede en haat bleven opgesloten uit angst voor deze intense emoties. Net als Harry Guntrip kon mijn kind de waarheid zonder hulp niet verdragen.  

Haar training in NVC kon haar hierin niet helpen. Ik heb de indruk dat het voor haar juist een middel werd om die gezonde woede --- die een signaal was van haar levendigheid en vitaliteit --- verder te onderdrukken. Marshall Rosenberg stelt dat woede een tot geweld aanzettende manier van denken is en we ons moeten trainen om niet meer gewelddadig te denken. Ik deel deze opvatting niet. Door woede te omschrijven als iets dat geweld uitlokt, wordt de mens in de kern niet begrepen. Het helpt ons niet om onze woede en de ‘shitty feelings’ waarmee ook mijn kind weleens wakker werd, echt te begrijpen en te doorleven.

Als we mogen weten waar de intensiteit van onze woede vandaan komt en deze werkelijk durven voelen, leidt dat juist niét tot geweld. We kennen onszelf dan goed genoeg om deze gevoelens, ook al leven ze af en toe nog eens op, er niemand mee te beschadigen. NVC lijkt in die zin de waarheid van onze vroege trauma’s te loochenen. Als de woede en andere intense gevoelens binnen een methode niet in verbinding mogen worden gebracht met de kindertijd, miskennen we de vitale functies van ons lichaam, en kan het met ziekte reageren.

Gevoelens van woede en haat zijn alleen schadelijk voor het lichaam zolang de oorzaken daarvan onbekend blijven. En de oorzaken blijven onbekend als de ouders ontzien moeten worden. Want met ontzien, sparen, vergoelijken, beschermen, idealiseren verdwijnt de oude stress niet, en vindt er geen zelfregulering van ons verstoorde zenuwstelsel plaats. Met NVC wordt een mens niet aangemoedigd zo nauwkeurig mogelijk te onderzoeken waar deze gevoelens vandaan komen.

Alice Miller deed dat wel. In haar boeken kunnen we de sleutel vinden naar echte heling. Ook mijn kind gebruikte Millers boeken in haar werk en persoonlijk leven; ze heeft ongetwijfeld weet gehad van die gouden sleutel. We spraken er wel eens over toen Alice Miller nog leefde, en mijn dochter haar brieven heeft geschreven die op Millers website staan.

Maar als het over gezonde woede ging waar Miller over sprak, dan merkte ik angst bij haar. Ze vreesde deze intense gevoelens die zo gegrond waren als reactie op haar lijden als kind. Tragisch genoeg hebben Alices boeken haar niet kunnen helpen haar angst te overwinnen en de waarheid naar buiten te brengen. Deze angst kwam uit haar kindertijd en voorkwam dat de waarheid aan het licht zou komen over hoe wreed haar ouders waren geweest. Angst zorgde ervoor dat ze haar moeder kon behouden, en daar onderdrukte ze haar woede en toorn voor. Een overlevingsmechanisme voor het kind, maar destructief in het volwassen leven. Omdat het krachtige emoties onderdrukt houdt. Om Millers sleutel te gebruiken had ze hulp nodig. Maar wie hielp haar daarbij?    

Mijn kind probeerde met zichzelf in het reine te komen, niet door zichzelf de volle waarheid te geven en naar het kind te luisteren dat ze geweest was, maar door de goede en slechte kanten van mij naast elkaar te plaatsen. Zo probeerde zij een uitweg te vinden om de relatie met mij te kunnen zuiveren. Maar vergeving, spiritualiteit of het labelen van de situatie als multigenerationeel trauma lossen de oude stress niet op.

Praten in termen van 'epigenetische transmissie' of 'niemands fout' is vaak een vlucht voor de waarheid. Het verhindert dat we onze onderdrukte gevoelens echt doorvoelen. De gevoelens blijven afgesplitst en onverwerkt. Het zijn niet de gevoelens zelf die ziek maken, maar de afsplitsing daarvan. Ons lichaam kent alleen de waarheid en houdt zich aan die waarheid.

In plaats van haar eigen waarheid diep te voelen, heeft ze voor die afsplitsing moeten betalen met haar leven. Het is zo vreselijk triest dat Alice Millers boeken en website haar niet hebben kunnen helpen zich te bevrijden van haar onderdrukte gevoelens en behoeften uit haar kindertijd. Wie had haar hiermee dan wel kunnen helpen? 

Ik heb met pijn in mijn hart uiteindelijk moeten inzien dat ik mijn volwassen kind ook niet kon helpen het verleden te verwerken. Niet met het erkennen van mijn reële schuld, noch met het valideren van haar kinderlijke gevoelens en behoeften. We kunnen niet de therapeut zijn van ons eigen volwassen kind, schreef Alice Miller in Banished Knowledge. Dat is erg verwarrend voor een kind dat juist onder ons heeft geleden.

Het is tragisch, maar alleen het volwassen kind kan zichzelf helen als het daarvoor kiest --- zodra het volwassen kind de moed heeft de volle realiteit te zien van het eens hulpeloze kleine kind, zichzelf niet te verloochenen en de ouders de schuld durft te geven. Als ze maar voor zichzelf had gekozen, naar het kind geluisterd dat ze was en haar stem aan haar had teruggegeven. Vooral onze woede en toorn zijn van vitaal belang in het helingsproces; het voelen van onze gezonde, natuurlijke woede als reactie op de ondergane kwellingen als kind. Deze woede is ons kompas om de kindertijd van misbruik, verwaarlozing en mishandeling terug te claimen.

De huisarts faalde haar ook. Hij hoorde haar alarm niet. Niet lang voor ze stierf,  was ze nog bij hem geweest met haar symptomen. Hij had niets kunnen vinden en alleen gevraagd uit wat voor gezin ze kwam. Kort voor haar overlijden had ze opnieuw een afspraak gemaakt, maar daar is ze niet meer geweest. De biologische tijd was er niet meer.

De vraag van de arts laat zien dat hij het verband tussen lichaam en geest niet begreep. Zoals de meeste artsen nog steeds niet weten hoe vroegkinderlijk trauma biologisch doorwerkt in het lichaam. Hoewel er een verschuiving gaande is sinds dr. Vincent J. Felittis Adverse childhood experiences (ACE) studie in de jaren 1990, is deze wetenschappelijke kennis in de medische wereld nog niet geïntegreerd. De bodymind blijft er sterk gescheiden.  

Maar mijn kind had een wetende getuige nodig in de huisarts. Zo’n getuige is volgens Alice Miller in Vrij van leugens iemand die weet wat de gevolgen zijn van verwaarlozing en mishandeling van kinderen op het lichaam en de ziel. De arts had een empathische getuige voor mijn dochter kunnen zijn. Hij had haar kunnen bijstaan en kunnen begrijpen hoe het kleine meisje in zijn patiënte geleden had onder haar ouders --- wat ze in haar eentje nooit had kunnen verdragen. Had ze maar haar sinds lang onderdrukte woede jegens mij kunnen ervaren en op de daders van toen kunnen richten. Haar pijn voelen en haar angst.

Ze zou haar kostbare leven niet verloren hebben en haar zoon niet zijn moeder. Ze had al zijn ontwikkelingsfasen waar ze zo naar uitkeek kunnen meemaken. Haar zoon, van wie ze zielsveel hield kunnen zien opgroeien. Ze had dan haar eigen waarheid volledig kunnen ontdekken en begrepen hebben  waarom haar lichaam al zo lang in opstand was. Tijdens dat proces had ze van haar symptomen kunnen herstellen en de afgifte van stresshormonen als cortisol kunnen stopzetten. Erkenning van de waarheid doet weliswaar pijn, schreef Miller, maar is van voorbijgaande aard en bij een goede begeleiding draaglijk. Maar die begeleiding gaf de huisarts haar niet.   

Een wetende huisarts weet hoe emotioneel trauma in het lichaam werkt, omdat hij hetzelfde pad bewandeld heeft van bewustwording van zijn eigen verleden. Hierdoor weet hij hoe met de patiënt over de symptomen moet communiceren, maar bovenal durft hij partijdig te zijn --- dus niet-neutraal. Deze houding is van essentieel belang om lichamelijke en psychische symptomen te genezen.

Als de arts bang is de ouders aan kritiek te onderwerpen, omdat hij zelf niet vrij is van het vierde gebod, wordt de genezing belemmerd. Oude stress kan het lichaam niet kan verlaten zolang gevoelens afgesplitst en ontoegankelijk blijven.

Alice Miller schreef treffend in De opstand van het lichaam dat ‘de moraal van het vierde gebod inzicht verhindert in de realiteit, in de waarheid van het lichaam.’ Ze schreef verder dat als we de angst voor onze ouders overwonnen hebben en hen in een reëel licht willen bezien het lichaam daar gunstig op zal reageren. Ik denk dat angst voor de ouders er de oorzaak van is dat deze wetenschappelijke kennis niet geïntegreerd is bij medici. Een mens kan immers pas nieuwe kennis opnemen als hij vrij is van oude emotionele blokkades.

Sinds haar plotselinge overlijden, vier jaar geleden, heb ik me telkens opnieuw afgevraagd waarom ze de wortels van de aanhoudende symptomen miskende. Waarom ze het zichzelf niet toestond het verleden zo helder mogelijk te zien met haar beide ogen. Wat de hoofdpijnen haar wilden vertellen.

Waarom ze de dialoog niet wilde voeren met de symptomen waar ze onder leed. Waarom ze haar woede bestreed en pijn opgesloten hield.

Het is haar fataal geworden, zeven jaar na haar brief. Deze liefdevolle moeder. Deze goede, gevoelige, begaafde vrouw. Mijn prachtige kind met haar zachte hart, door velen liefgehad. Ze had vrij kunnen zijn voor haar eigen leven in plaats van zich op te offeren om haar ouders te sparen.

In tegenstelling tot wat sommigen beweren, waren het niet haar overgeërfde familiegenen die haar fataal werden; daarmee zou de oorzaak ten onrechte bij haarzelf worden gelegd. Ook de coronavaccinatie en de eerdere infectie vormden niet de bron, hoewel die in een door jarenlange stress ontregeld immuunsysteem ernstige gevolgen kunnen hebben.

De werkelijke oorzaak lag in de vroeg onderdrukte emotionele reacties op een gebrek aan binding, aandacht, bescherming en tederheid. De daaruit voortvloeiende chronische afgifte van stresshormonen ondermijnde haar immuunsysteem, waardoor het onvoldoende weerstand bood tegen de impact van de infectie en de prik. Het grootste risico lopen we dan ook wanneer we gezonde woede jegens de ouders uit onze kindertijd jarenlang opkroppen.

Waarom sterven goede, gevoelige, begaafde mensen jong? Ik denk omdat deze mensen, zoals mijn dierbare dochter, hun waarheid afgesplitst hielden van hun bewustzijn. En dat is erg stressvol. Het lichaam ervaart die loochening namelijk als een voortdurende bedreiging. Alsof er nog steeds gevaar dreigt en het onafgebroken in een staat van paraatheid moet zijn. Maar er is geen gevaar meer. Alleen als kind was er gevaar en dreiging, uitgaande van de onveilige ouders.

Waarom mijn dochter het kind in haar niet heeft geholpen haar angst te overwinnen en al haar gevoelens te bevrijden? Dat lag vermoedelijk in gevoelens van onwaardigheid en schuld. Op het punt van heling negeerde ze in haar volwassen leven haar waardigheid. Het is zo vreselijk verdrietig dat ze probeerde deze ontbrekende waarde op te vullen met hard werken en prestaties. Dit leek misschien een oplossing, maar waar ze zichzelf mee schaadde. Ze had haar onderdrukte woede, toorn en razernij moeten voelen om zo haar waardigheid terug te claimen. In plaats daarvan overwon ze de gevolgen van deze kwetsuren niet.

Wij ouders hebben haar vroeg in het leven deze gevoelens van onwaardigheid gegeven. Ze heeft zich nooit werkelijk geliefd en goed genoeg gevoeld. Misschien zorgde dit ervoor dat ze geen diepgaande interesse kon opbrengen voor dit gekwetste deel van zichzelf. Of hielden onbewuste schuldgevoelens haar tegen. Ik weet het niet. Maar de tragedie van haar vroege sterven heeft een lange voorgeschiedenis. Deze gaat terug naar de oorsprong van haar leven, toen ze geen beschermende, liefdevolle ouders had als buffer tegen toxische stress.

Haar levenskracht was er echter wel. De twee zwarte waterbuffelhoorns waren daar het signaal van. Deze hoorns verdwenen tenslotte in een doos met andere spullen. Maar voor mij zijn zij de ultieme, tastbare getuige van de enorme kracht en levendigheid van mijn kind en boven alles van haar waardigheid.

 

 

Tags:

Picture 44.jpg

Laatste artikelen

Archief

Platform onze kindertijd © Rupz | Inloggen beheerder.