Het verleden kunnen we niet veranderen, evenmin als de krenkingen die ons in onze kindertijd zijn aangedaan. Dat schrijft Alice Miller op de eerste bladzijde van haar boek Het drama van het begaafde kind (1997). Maar we kunnen wél onszelf veranderen. We herwinnen onze verloren integriteit zodra we de waarheid onder ogen durven zien over wat ons vroeger is overkomen. Dit vraagt om de moed en kracht om authentiek te worden, en ons te bevrijden van de leugens en manipulaties die ons zo lang omringden.
Deze moed hebben we als we op een dag wakker worden en ons realiseren dat we zelf de oorzaak zijn van het lijden en de moeilijkheden van ons kind—of dat nu gaat om een depressie, ADHD, psychoses of autisme. We worden ons er dan pijnlijk bewust van hoe we zijn of haar waardigheid op talloze manieren schonden, en dat we hem niet gaven wat hij zo nodig had: de steunende, empathische omgeving die wij zelf vroeger ook niet kregen. Wanneer we ons als ouders realiseren dat we onze meest dierbaren pijn deden met ons liefdeloze gedrag, dan gaat dat inzicht gepaard met diepe pijn. Het berouw dat we dan voelen, lost de tragische geschiedenis op en "berooft deze van haar gevaarlijke activiteit", schrijft Miller op bladzijde 12 van haar boek Vrij van leugens (2009). Want de 'stoornis' kan bij het kind verdwijnen en zijn isolement kan worden opgeheven, zodra hij merkt dat zijn ouders zich oprecht interesseren voor de aanvallen die hij van hen te verduren had.
Zodra we dit pijnlijke, emotionele inzicht toelaten, kunnen we onze kinderen in een empathisch gesprek de waarheid vertellen over de verwondingen die hen zijn aangedaan, en onze eigen fouten eerlijk erkennen. Dit is cruciaal. Het zorgt ervoor dat het kind zich niet langer schuldig hoeft te voelen over de fouten van zijn ouders—fouten waarvoor het kind dikwijls klachten en symptomen heeft ontwikkeld. Een kind legt de schuld namelijk altijd bij zichzelf; het gelooft dat het zelf slecht, verkeerd of waardeloos is. Deze gedachte is voor een kind minder pijnlijk dan moeten inzien dat de eigen ouders de pijn veroorzaken.
Zulke eerlijke gesprekken leggen de waarheid bloot. Dit kan stressregulerend werken en het kind beschermen tegen het ontwikkelen van ziekten en stoornissen. Wanneer we als ouders hardop uitspreken dat die tik verkeerd was, of hoe verdrietig het is dat papa en mama niet meer samen zijn, brengt dat heling. Zelfs het erkennen van de pijn achter scherpe bevelen of afwijzingen zoals "hou je mond", "schiet eens op" of "dat mag niet", is vreselijk belangrijk. Voor een kind voelt zo'n erkenning als een enorme verlichting en een daad van gerechtigheid.
Ook als ons kind inmiddels volwassen is—en misschien zelf al kinderen heeft—kunnen we de keten van geweld doorbreken. We kunnen een alternatief bieden dat helpt om los te komen uit de uitzichtloze situatie van het kind dat hij ooit was. In een eerlijk gesprek kunnen we hem herinneren aan het vroege lijden onder ons gedrag, zodat hij zijn eigen geschiedenis beter kan begrijpen, mocht hij dat willen.
Dit geeft hem de kans zich innerlijk te bevrijden. Dit doet hij door de opkomende gevoelens van angst, woede en verdriet bewust te beleven en te verbinden met de feiten van vroeger. Als hij besluit de waarheid niet langer te verloochenen, kan hij die woede en haat mettertijd loslaten. Door zijn persoonlijke waarheid onder ogen te zien en toe te staan dat hij rouwt, lost de opgekropte pijn op. Er is dan geen onbewuste, dwangmatige behoefte meer om die onderdrukte emoties af te reageren op een zondebok—wat in de praktijk helaas vaak een zwakker en kwetsbaar object is, zoals de eigen kinderen.
Soms is het echter niet mogelijk om het volwassen kind met woorden te bereiken, dichterbij te komen en zijn vertrouwen te winnen. Het kan zijn dat hij niet van plan is zichzelf te veranderen of aan heling te werken, omdat de afweer tegen de pijn uit zijn vroegste levensjaren zich met de jaren heeft vastgezet in diepe ontkenning. Vaak hebben deze volwassen kinderen inmiddels zelf kinderen over wie ze kunnen heersen. Dit geeft hen een gevoel van macht, waarmee ze hun eigen vroege machteloosheid proberen te vergeten. Anderen proberen de diepe pijn te verdoven met alcohol, sigaretten of drugs. Maar door de waarheid te verloochenen, blijven zij met onzichtbare draden van afhankelijkheid aan hun ouders vastzitten. Hierdoor kunnen zij nooit werkelijk uitgroeien tot autonome, onafhankelijke personen.
Niet zelden gebruiken zij hun ouders als zondebok, zonder als volwassene de verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gevoelens en gedrag. De onderdrukte woede en haat, die nooit bewust zijn doorleefd, worden dan in de vorm van verwijten, beschuldigingen of zelfs fysiek geweld op de ouders gericht.
Wanneer ouders vervolgens handelen uit schuldgevoel—en uit de hoop op vergeving—durven zij vaak geen grenzen meer te stellen. Ze proberen de onvervulde kinderbehoeften alsnog in te lossen met overmatige hulp, steun en belangstelling. Hiermee blokkeren ze echter zowel het kind als zichzelf. Het volwassen kind maakt hier misbruik van uit angst voor de waarheid. Zo blijft het afhankelijk van de ouders en bereikt het nooit innerlijke vrijheid. De ouders houden de situatie op hun beurt in stand met hun schuldgevoelens; ze houden het kind onbewust afhankelijk en ontzeggen het daarmee het recht op een eigen, autonoom leven.
Gelukkig zijn er ook zonen en dochters die door de woorden en het berouw van hun ouders wél tot inzicht komen. Zij overwinnen hun angst en willen hun geschiedenis tot in detail kennen. Ze zijn bereid om de woede over de onrechtvaardige behandeling die hen ten deel viel ten volle te beleven, zonder hun ouders daarbij nog langer te sparen of te ontzien.
Deze zonen en dochters verloochenen hun eigen waarheid, pijn en woede niet langer. Ze geven zichzelf het respect dat ze vroeger nooit hebben gekregen. Wanneer zij vervolgens zelf een gezin stichten, slagen zij erin om hun eigen kind vanaf het allereerste begin te respecteren in zijn autonomie. Ze nemen de gevoelens en behoeften van hun kind serieus, omdat ze het cruciale belang inzien van contact met je ware emoties. Juist doordat deze nieuwe ouders gevoeligheid hebben ontwikkeld voor hun eigen vroege lijden, kunnen zij hun kind vanuit diezelfde gevoeligheid waarlijk begeleiden bij het vinden van een eigen weg.
Zoals ik overal om me heen zie en hoor, zijn er maar heel weinig ouders bereid om de volle waarheid over zichzelf onder ogen te zien en hun fouten eerlijk aan hun kinderen te bekennen. Maar als we weigeren onze vroegste emoties te begrijpen, kan de cirkel van geweld niet worden doorbroken. We kunnen onze (volwassen) kinderen dan geen echte liefde geven, want liefde die gebaseerd is op leugens en bedrog is geen echte liefde.
Voor mij persoonlijk was het ontdekken van de waarheid uiterst pijnlijk; het ging gepaard met een intens gevoel van rouw om alles wat ik had gemist als kind, als jonge vrouw en als jonge moeder én wat ik mijn kinderen heb aangedaan. Destijds had ik simpelweg geen toegang tot de gevoelens en emoties uit mijn vroegste levensjaren. Nergens in mijn omgeving vond ik de juiste informatie om mezelf te begrijpen en het contact met mezelf te herstellen. Er rust immers nog altijd een groot taboe op het ter discussie stellen van ouderlijk gedrag. Ouders moeten blijkbaar tegen elke prijs worden gespaard en ontzien voor hun woorden en daden. Ongeveer twintig jaar geleden nam ik echter bewust het besluit dat ik de waarheid over jezelf wilde aanschouwen. Nu kan ik vol overtuiging zeggen dat ik mezelf geen groter geschenk had kunnen geven dan deze absolute eerlijkheid naar mezelf en naar anderen.
Tags:

Laatste artikelen
Een poging me de mond te snoeren
Hoe het verlies van mijn harige vriend herinneringen triggerde van het hele kleine kind in mij
Brigitte Oriol’s ontmoeting met Alice Miller
Klara's poging tot eerherstel