"We don't protect our young, and we tolerate predators of our own species." – Andrew Vachss
Afgelopen week stond de jeugdzorg volop in de schijnwerpers. Ditmaal vanwege het rapport van de Inspectie voor de Jeugdzorg na de tragische dood van twee broertjes. Volgens hoofdinspecteur Gemma Tielen hebben de betrokken instanties goed gehandeld. Hier wil ik graag mijn ongenoegen over uiten.
Ik ken veel bureaus voor jeugdzorg en andere instellingen zoals de Raad voor de Kinderbescherming en heb daar zelf mee te maken gehad. Bij allemaal, zonder uitzondering, merkte ik dat de medewerkers niet onvoorwaardelijk aan de kant van het kind gingen staan. Men kiest er niet voor om de problematiek te bekijken vanuit het lijden van het kind. De hulpverleners bieden onvoldoende bescherming. Naar mijn inzicht komt dit door een (onbewuste) angst om de rol van de eigen ouders uit hun kindertijd ter discussie te stellen. De moed om het kind écht te laten zien dat je aan zijn kant staat, ben ik helaas nog niet tegengekomen.
Door de waarheid over hun eigen pijnlijke kindertijd te verloochenen, ontkennen hulpverleners onbewust ook de waarheid van het kind. Hieruit komt een verwarde, ambivalente houding voort, met inadequaat handelen als gevolg. Als werkers hun eigen ouders idealiseren en sparen voor wat hen vroeger is aangedaan, doen ze namelijk precies hetzelfde bij de ouders van het betrokken kind.
Met deze ontkenning van de eigen, oorspronkelijke gevoelens geven zij ouders niet de gelegenheid om binnen een empathisch therapietraject over hun eigen kindertijd te praten. Juist daar zouden zij geholpen moeten worden om zich te verbinden met hun pijn en te rouwen over geleden tekorten. Ouders kunnen pas groeien als ze bereid zijn te reflecteren op hun emotionele ontwikkeling, door hun gevoelens te ontrafelen en te analyseren. De manier waarop ouders hun kind bejegenen, is immers een directe afspiegeling van de behandeling die zij zelf als klein kind kregen. Onder stress worden deze fysiek opgeslagen herinneringen geactiveerd, waardoor zij hun eigen trauma onbewust herhalen met hun kind. Het zijn dan ook de ouders die de problematiek veroorzaken, niet het kind!
Zolang hulpverleners blind blijven voor hun eigen geschiedenis, kunnen zij ouders niet helpen om inzicht te krijgen in hun gevoelens en gedrag, en om oud zeer te doorvoelen. Want, zoals Alice Miller (2005) treffend schreef: "Who is there to help, when all the 'helpers' fear their own history?" Werkers die de waarheid over hun eigen verleden loochenen, kunnen ouders simpelweg niet leren wat een kind werkelijk nodig heeft. Door de onderdrukking van hun eigen vitale gevoelens ontstaat er namelijk een ernstig tekort aan gevoeligheid en empathie voor het lijden van het kind. Het is diep opmerkelijk dat de jeugdzorg aan deze eenvoudige waarheid voorbijgaat.
Als hulpverleners, beleidsmakers en specialisten de moed hebben om hun angst te overwinnen – een angst die vroeger reëel was, maar nu niet meer – ontstaat er ruimte voor echte verandering. Met behulp van nieuwe wetgeving, waarin eerbied en respect voor de wil en de waardigheid van het kind centraal staan, kunnen we stukje bij beetje bouwen aan een waarachtige preventie van kindermisbruik in de breedste zin van het woord. Want zolang het wettelijk geoorloofd blijft om een kind te disciplineren en zijn wil achttien jaar lang ondergeschikt te maken aan die van volwassenen, dragen we alleen maar bij aan een verwarde en disfunctionele samenleving.
Tags: psychologie

Laatste artikelen
Een poging me de mond te snoeren
Hoe het verlies van mijn harige vriend herinneringen triggerde van het hele kleine kind in mij
Brigitte Oriol’s ontmoeting met Alice Miller
Klara's poging tot eerherstel