Vandaag ging ik naar de stad voor een paar boodschappen. In de winkelstraat werd mijn aandacht getrokken door geschreeuw. Ik zag een moeder gehurkt voor haar zoontje zitten, een mannetje van hooguit drie jaar oud. Met een opgeheven, heen en weer zwaaiende vinger schreeuwde ze hem herhaaldelijk in het gezicht: "Ik heb nu al zo vaak gezegd dat je moet luisteren!"
Ik liep naar haar toe en zei op vriendelijke toon dat ik geen respect hoorde voor zijn waardigheid. Ook vroeg ik of ik misschien iets kon betekenen. Ze ging rechtop staan en tilde haar zoontje op zonder zijn toestemming. Er spoot vuur uit haar ogen. Waar ik me wel niet mee bemoeide! Ik legde haar uit dat de hersentjes van haar zoon nog in ontwikkeling en erg kwetsbaar zijn, en dat deze harde, afwijzende woorden hem pijn deden.
"Dat heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd," reageerde ze. De vrouw liep door, maar keerde zich even later woedend om: "Wil je nu soms naar Jeugdzorg stappen?!"
Vanuit mijn hart antwoordde ik dat ik er juist voor kies om eerst met iemand in gesprek te gaan. Dat haar zoontje empathie nodig heeft, en dat ik absoluut niet bedoelde dat ze een slechte moeder is. Ze had echter geen behoefte meer om te luisteren, riep nog wat verwensingen en verdween om de hoek.
Achteraf realiseerde ik me dat deze moeder zojuist haar eigen verleden herhaalde. Ze plaatste zichzelf in de situatie van haar zoontje en nam de rol aan die haar eigen moeder vroeger waarschijnlijk had. Ze was zich er niet van bewust dat ze met haar zoontje haar eigen, uiterst pijnlijke kindertijd ensceneerde. Door haar eigen gevoelens te onderdrukken en te verdringen om die oude pijn niet te hoeven voelen, is ze ongevoelig geworden voor wat ze haar eigen zoon aandoet. Ze voelt zijn wanhoop en pijn niet meer; ze heeft zich gepantserd waardoor ze niet meer vanuit haar hart kan reageren. Zo herhaalt zich de noodlottige cyclus van geweld.
Op weg naar huis liep ik nog even een bloemenwinkel binnen. Een moeder met twee kinderen was voor mij aan de beurt. Terwijl de bloemist haar bestelde bos bloemen klaarmaakte, renden de kinderen – een jongen van ongeveer vier en een meisje van een jaar of zeven – door de winkel. Alles had hun belangstelling; vol opwinding bekeken en onderzochten ze alle spulletjes.
Het was echter geen natuurlijk, blij, onderzoekend gedrag wat ik zag. De kinderen voelden zich duidelijk gefrustreerd en wanhopig, omdat hun moeder hen niet werkelijk hoorde of liefdevol waarnam. Ze sprak onafgebroken op commanderende toon: dat ze moesten luisteren en overal vanaf moesten blijven.
Op een gegeven moment trok de moeder zo hard aan het oor van het meisje dat ze haar pijn deed. Zonder pardon zette ze het meisje op de toonbank en vroeg snauwend: "Heb je soms een banaan in je oor?"
Ik stapte op haar af en zei: "Beste mevrouw, ik sta hier al eventjes en ik zie of hoor geen waardigheid voor uw zoon en dochter. En nu doet u haar ook nog pijn."
De moeder keek me verbouwereerd aan. "Ze moeten gewoon luisteren hoor!" riep ze me kwaad toe. Ze griste de kinderen en de bloemen mee en vertrok. Bij de deur keek ze nog eens om met een blik zo donker alsof er onweer op komst was.
Maar het meisje had mij aangekeken. Ze had heel goed begrepen dat ik het voor haar opnam en aan haar kant stond. Haar broertje ook. En dat gaf me een warm gevoel. Ik was voor hen een wetende getuige: iemand die wist van het onrecht en begreep hoe zij zich in hun pijn voelden.
Ook deze moeder herhaalde, zonder zich ervan bewust te zijn, wat haar vroeger zelf was aangedaan. Zij had haar eigen gevoelens daarover verdrongen, waardoor ze geen empathie kon opbrengen en haar kinderen niet waarachtig kon waarnemen. Het gedrag van haar kinderen weerspiegelde precies wat zijzelf vroeger nooit had gekregen. De verdrongen noodkreet van de moeder vond zijn weergalm in haar kinderen. Zo gaf zij de keten van geweld door aan de volgende generatie.
Ik voelde me bedroefd. Deze kinderen hadden emotionele verwondingen opgelopen en moesten al hun authentieke gevoelens onderdrukken en ontkennen; anders zouden ze de diepe pijn niet kunnen verdragen. Door deze onderdrukking en verdringing herinneren ze zich later niets meer van deze pijnlijke gebeurtenissen. Of ze houden de illusie in stand dat het 'voor hun eigen bestwil' en uit liefde was. Het is te verdrietig voor woorden dat de meeste kinderen dit droeve lot ondergaan zonder dat iemand hen hierin bijstaat.
En toch dragen deze kinderen de maatschappij van morgen. Zij zijn de toekomstige generatie die ons land gaat besturen. Zij zullen de loochening van hun eigen pijn – en die van anderen – via wetten en regels in stand houden en zelfs versterken. Dit gebeurt omdat ze niet meer in contact staan met het gekwetste meisje of jongetje uit de winkel. Met het kind dat destijds liefde, respect, begrip, warmte en vriendelijkheid tekortkwam om een empathisch hart te kunnen ontwikkelen.
Of ze bekwamen zich tot succesvolle kankerspecialisten die voorbijgaan aan de diepere, psychosociale aspecten van de ziekte. Ze zijn vergeten hoeveel stress ze in hun eerste levensjaren zelf hebben ervaren door een gebrek aan empathie, en welke impact chronische stress heeft op het immuunsysteem. Om deze psychosomatische verbanden te doorgronden, is het noodzakelijk dat artsen in verbinding staan met hun eigen emotionele geschiedenis. Wanneer zij hun eigen onderdrukte leed niet langer hoeven te verloochenen, ontstaat er ruimte voor een bredere blik. Pas dan wordt de bestaande kennis over de link tussen trauma en fysieke gezondheid werkelijk geïntegreerd in onderzoek en behandeling.
Ook kunnen zij hersenspecialisten worden die boeken schrijven zonder zich ooit de vraag te stellen hoe het komt dat een bepaald hersengebied bij de ene persoon kleiner of groter is dan bij de ander, en welke processen daartoe geleid hebben. Met hun geconsolideerde loochening informeren zij de bevolking onvolledig. Ze houden beslissende informatie over het ontstaan van depressie, schizofrenie, pedofilie of transseksualiteit buiten hun onderzoek, omdat de traumatische oorzaken hen zouden kunnen herinneren aan hun eigen vroegste levensjaren, toen zij zelf een hulpeloos slachtoffer waren.
Later werken zij als psychiaters en psychologen in de GGZ en in tbs-instellingen. Daar blijven ze onder alle omstandigheden volhouden dat ouders geen schuld hebben aan de ziektebeelden van hun kinderen. Op deze manier dragen zij bij aan een vrijwillige onwetendheid over de werkelijke oorzaken, wat effectieve behandelmogelijkheden in de weg staat. Zij verloochenen de wortels van het kwaad.
Als deskundigen schrijven zij medicatie voor waarmee de onbewuste angst voor de eigen ouders wordt onderdrukt. Dit maakt het voor de patiënt juist moeilijker om toegang te krijgen tot de eigen, authentieke gevoelens en emoties. Het zijn experts die de waarheid over de oorsprong van deze aandoeningen versluieren of zelfs ontkennen. Zij geloven niet in de traumatische oorzaken van misdaden en psychische stoornissen, en wekken zelfbewust de indruk dat psychoses en depressies enkel met medicatie te genezen zijn.
Het is precies deze opvatting – gebaseerd op de verloochening van het kinderlijk lijden – die is geïnstitutionaliseerd in onze wetgeving en behandelprotocollen. Want het zijn de kinderen die ik vandaag in de winkels zag, de kinderen die met zoveel wreedheid werden bejegend, die later als volwassenen deze maatschappelijke onwetendheid in stand houden. Zo herhaalt zich, in een eindeloze cyclus, de onopgeloste dwang van traumatische ervaringen uit de kindertijd.
Tags:

Laatste artikelen
Een poging me de mond te snoeren
Hoe het verlies van mijn harige vriend herinneringen triggerde van het hele kleine kind in mij
Brigitte Oriol’s ontmoeting met Alice Miller
Klara's poging tot eerherstel