Kiezen voor nieuw leven vanuit een doorvoelde geschiedenis

Gepubliceerd door Oliane op 4 maart 2014

Toen ik aan kinderen begon, was ik me er niet van bewust wat een kind echt nodig heeft. Wat zij écht nodig hebben, is ware liefde. Liefde die ervoor zorgt dat het kind gevoelens van warmte, plezier, veiligheid en stabiliteit ervaart. Dat heet moederliefde: het aangeboren vermogen om lief te hebben, te beschermen en te ondersteunen. Hoe ik liefdevol moest zijn, wist ik destijds niet. Het was een van mijn meest pijnlijke en verdrietige inzichten toen ik me realiseerde dat mijn moederlijke instincten niet intact waren, waardoor ik mijn meest dierbaren het lijden niet kon besparen.

Pas veel later realiseerde ik me dat de ware reden dat ik aan kinderen begon, de vroege afwijzing door mijn eigen vader en moeder was; een patroon dat ik onbewust herhaalde. Zelf was ik nooit het middelpunt van hun belangstelling geweest. Met een kind kon ik me eindelijk belangrijk voelen, ertoe doen en betekenis hebben. Maar dat is een volstrekt verkeerd motief om aan kinderen te beginnen. Een kind is er immers omwille van zichzelf. Het wil niet gebruikt worden om de onvervulde, verdrongen behoeften van de ouders aan nooit gekregen weerklank en weerspiegeling te vervullen. Dat heeft niets met echte liefde te maken. Om te kunnen ervaren wat oprechte liefde is, moest ik die eerst in mijn eigen hart voelen. Alleen zo kon ik voorkomen dat ik mijn onopgeloste, onderdrukte emoties uit mijn eigen kindertijd onbewust — onder de vermomming van liefde — op hen overdroeg.

Kiezen voor nieuw leven is een uiterst verantwoordelijke beslissing. Die beslissing kunnen we pas nemen als we het leed uit onze eigen kindertijd onder ogen zijn gekomen en hebben doorvoeld. Zolang we in onze gevoelens geblokkeerd zijn, herhalen we bij onze kinderen namelijk wat ons vroeg in het leven zelf is overkomen. De onderdrukking van vitale, authentieke emoties maakt ons ongevoelig voor wat een kind werkelijk nodig heeft.

Ook later, toen ik ging scheiden, kon ik niet invoelen hoezeer mijn kinderen onder die scheiding leden en hoe erg zij de nabijheid en het contact met hun vader misten. Ik kon hen toen niet in hun pijn ondersteunen, omdat ik mijn eigen gevoelens over het gemis van een warme, innige band met mijn vader nog niet uit de onderdrukking had bevrijd. Ik had daar simpelweg nog niet om gerouwd.

In televisieprogramma’s wordt deze tragiek — de herhalingsdwang van verdrongen herinneringen — dikwijls uitgebuit. Als ik dat zie, voel ik pijn in mijn hart, zoals laatst bij een uitzending het geval was. Hierin vertelden twee vrouwen tijdens een wandeling over hun ervaringen. Zij waren met elkaar in contact gekomen via internet, nadat de ene vrouw een oproep had geplaatst voor eiceldonatie en de andere vrouw daarop had gereageerd.

Toen de eiceldonatie mislukte, besloot vrouw A om voor vrouw B een kind te baren met het zaad van B’s echtgenoot. Vrouw A en haar eigen partner hadden al twee kinderen van een zaaddonor, en ze wilde nu 'iets terugdoen'. Dat leek haar een mooi idee. Op de vraag van de interviewer waar die barmhartigheid vandaan kwam, antwoordde A dat ze het haar roeping vond; als ze zoiets wilde, dan deed ze dat gewoon. De interviewer vroeg echter niet of hiermee de integriteit van het kind werd gekrenkt. De gevoelens van het kind kwamen überhaupt niet aan de orde.

Al gauw was B zwanger en negen maanden later beviel A van een dochter. Over het moment dat ze het meisje overdroeg, vertelde A geëmotioneerd dat ze wel even had moeten huilen. Het was 'toch een afscheid dat je hart breekt, waarbij je een enorme opoffering van jezelf vraagt.' Maar ook op dat moment werd er met geen woord gesproken over de gevoelens van het pasgeboren meisje.

Hoewel het programma niet doorvroeg naar het verleden van deze vrouwen, bood de uitzending voor mij talrijke aanwijzingen voor traumatische ervaringen uit hun kindertijd die deze herhalingsdwang illustreren. Op verschillende manieren weerspiegelden de keuzes van A haar eigen situatie als klein kind. Denk bijvoorbeeld aan haar beslissing om haar eigen twee kinderen een empathische, liefdevolle band met een vader te onthouden — een band die zij zelf waarschijnlijk ook nooit heeft ervaren.

Het is immers ondenkbaar dat een kind dat in de eerste levensjaren met liefde, vriendelijkheid en respect voor zijn gevoelens is bejegend, later zijn eigen kind zo'n gelukkige ouderbinding zal ontzeggen. Iemand die als kind wél die liefde kreeg, is namelijk in hecht contact gebleven met zijn eigen emoties. Omdat zo'n persoon deze gevoelens altijd in vrijheid en acceptatie heeft kunnen uiten, weet hij of zij vanuit een diep innerlijk weten wat een kind werkelijk nodig heeft.

Het is aantoonbaar een oerbehoefte van elk kind om op te groeien met de personen die hem hebben verwekt, binnen een empathische en begeleidende omgeving waarin het onbekommerd kan leven. De kinderen in dit verhaal waren echter niet onbezorgd. Ongetwijfeld worstelen zij met complexe emotionele problemen en vragen over hun identiteit. Vragen die ze waarschijnlijk volledig voor zichzelf houden, uit angst voor afwijzing en het verlies van liefde. Dag in, dag uit verlangen zij naar de emotionele nabijheid en het contact met hun biologische moeder of vader.

Hun innerlijke stem klinkt vermoedelijk zo: ‘Jullie gaven mij het gevoel dat een vader niet meer is dan een potje zaad, maar voor mij is dat niet zo. Hiermee geven jullie mij het gevoel dat ik geen vader waard ben. Ik haat jullie daarvoor.’ De vroege afwijzing die de moeder zelf ooit ervaarde, vond zo haar weg naar haar eigen kinderen. Zij onthield hen bovendien de nabijheid, vreugde en verbinding met hun nieuwe zusje — het zusje dat ze in de buik hadden voelen bewegen en naar wiens komst ze zo hadden uitgekeken.

Een volwassen vrouw kan bewuste keuzes maken en hoeft zich nergens voor op te offeren. Toch nam zij de zware beslissing om een kind voor een ander te baren, waarmee ze onbewust haar eigen vroege afwijzing herhaalde. Door een kind te ‘offeren’, kon zij haar eigen ouders behoeden voor de diepe pijn die het onthouden van liefde veroorzaakt, en zo de pijnlijke waarheid verborgen houden.

Met het aanvaarden van dit ‘offer’ kon ook vrouw A haar eigen vroege kinderrealiteit van afwijzing verloochenen door middel van dit nieuwe kind. Een vergelijkbaar droevig lot van vroege afwijzing gold vermoedelijk ook voor de vaders op de achtergrond; een patroon dat met dit nieuwe leven eveneens werd herhaald. Zo lieten de betrokkenen hun kinderen onbewust net zo lijden als zijzelf ooit geleden hadden. Dit is het verschijnsel dat we ‘overdracht’ noemen: het overdragen van onderdrukte emoties, zoals woede en haat, op anderen om de eigen ouders te sparen (http://www.alice-miller.com/articles_en.php?lang=en&nid=116&grp=11).

In de uitzending werd het afstand doen van het kind benoemd als een enorm gebaar van barmhartigheid. Maar het onthouden van een vader en het weggeven van een pasgeborene ervaart een kind niet als nobel; het ervaart dit als een daad van agressie omdat het hem of haar diep verwondt. Het is immers een misvatting dat baby's niets voelen. Ook een pasgeborene ervaart alles; het is een bewust en voelend wezen.

Het was dit meisje niet toegestaan om het vanzelfsprekende contact dat zij in de baarmoeder met haar draagmoeder had, na de geboorte voort te zetten. Het kind had direct na de geboorte op de buik gelegd moeten worden, de plek waar een baby onmiddellijk de vertrouwde geur in het lichaamsgeheugen opslaat. Dit huid- en geurcontact is uiterst belangrijk voor de herkenning en sluit aan op de geborgenheid in de baarmoeder. Wat een intense verwarring moet het dit meisje hebben gegeven toen haar reukzin aangaf dat er iets niet klopte, omdat de prille bonding abrupt werd verbroken toen zij met de wensouders mee moest.

Het is deze verwarrende gewaarwording die het lichaam signaleert en opslaat. Dit leidt uiteindelijk tot een verstoorde relatie met beide vrouwen en geeft het kind onzekerheid over wie zij werkelijk is. Zo zal zij zich haar hele leven kunnen afvragen: ‘Waarom vond jij het belangrijker om jouw eigen behoefte aan opoffering en die van een vreemde vrouw te vervullen, in plaats van mijn behoefte om bij jou, mijn broertje en mijn zusje te zijn?’ Het kind internaliseert dit als: ‘Ik heb vanaf het begin van mijn leven het gevoel gehad dat ik het niet waard ben.’ Zo bepaalden de vrouwen en de afwezige vaders het leven van deze kinderen, en belastten hen met emotioneel ingewikkelde, zware problemen. Een kind weggeven of een vader onthouden is een daad van ernstige agressie.

In een andere uitzending die ik bekeek, was een man te zien die zijn eigen waarheid verloochende met de verwekking van maar liefst honderd kinderen. Zonder enige empathie besliste deze spermadonor vanuit zijn huiskamer over het leven van een kind. Via Skype, sms en e-mail sprak hij met wensmoeders af hoe, wanneer en waar er nieuw leven zou ontstaan. Zelf zei hij er anderen mee te willen helpen. Op internet vond ik voor zijn handelen de nobel klinkende term ‘sociaal experiment’. Maar hoe kan een experiment sociaal zijn als het voorbijgaat aan de gevoelens, behoeften en verlangens van een levend wezen? Want wat voelt en denkt een kind dat door hem is verwekt en zonder vader moet opgroeien? Een kind dat niet kan rekenen op de nabijheid, ondersteuning en begeleiding van degene die hem mede op de wereld bracht? De donor heeft hem verlaten en laat hem een leven lang worstelen met heftige, complexe emoties. Hij zaait hiermee louter verwarring, pijn en vertwijfeling.

In de documentaire onthulde de man iets over zijn vroege gevoelens toen hij vertelde dat hij een groot deel van zijn leven weinig zelfrespect had en zich onzeker voelde tegenover vrouwen. Uit een eerdere uitzending was al bekend dat hij een emotioneel afstandelijke band met zijn eigen vader had. Dit moet voor hem als kind een uiterst pijnlijke en verwondende situatie zijn geweest om in op te groeien; het zijn duidelijke signalen van een verdrietige kindertijd. Deze man was zich niet bewust van de werkelijke behoeften van een kind, omdat hij die van zichzelf had verdrongen en eenvoudigweg niet kende.

Hij misbruikte nieuw leven om zijn eigen verloochende en onderdrukte emoties te herhalen, waardoor hij nieuwe generaties met zijn trauma belastte. De verwekking van honderd kinderen diende hierbij als een uitlaatklep voor de jarenlang opgekropte woede over de behandeling die hij als kleine jongen kreeg. Haat die voortkomt uit een verdrongen geschiedenis, doodt immers het vermogen tot empathie en medeleven met een ongeboren kind.

Op de familiedag die de man organiseerde voor de moeders en de door hem verwekte kinderen, werd een schrijnende situatie zichtbaar: de kinderen werden door hun eigen vader niet werkelijk waargenomen, in een sfeer die volstrekt abnormaal was. Dit tast het gevoel van eigenwaarde van een kind diep aan. Over de vroege verhouding met zijn moeder deed de man geen uitspraken. Maar het feit dat hij zijn onzekerheid probeerde te overwinnen met behulp van de vrouwen met wie hij in contact kwam, wijst op een ernstig verstoorde relatie. Op een perverse manier bleef deze man reageren vanuit de onopgeloste, verdrongen situatie uit zijn kindertijd, die zijn vaderlijke gevoelens volledig had bevroren.

De woorden van de hoofdpersonen dat ze 'iets goeds' voor een ander wilden doen, klonken mij oprecht in de oren. Zij hebben immers al heel vroeg geleerd om hun eigen pijn te onderdrukken en zijn blijven leven vanuit hun verdrongen verleden — een toestand waarin ik zelf ook heel lang geleefd heb.

Alice Miller schrijft in Het drama van het begaafde kind (1997, p. 13-14) dat een mens met zo’n onbevredigde en onbewuste (namelijk afgeweerde) behoefte onderworpen is aan de dwang om deze behoefte via allerlei surrogaten alsnog te bevredigen, zolang hij zijn verdrongen geschiedenis niet kent. Het meest geschikt hiervoor zijn de eigen kinderen, die immers met huid en haar aan hun ouders zijn overgeleverd.

Wanneer deze volwassenen de confrontatie met hun eigen vroege trauma’s zouden durven aangaan, en tot rouw konden komen over de ontberingen die zij hebben geleden, zou de innerlijke noodzaak om hun traumatische verleden te herhalen verdwijnen. Het is juist die herhalingsdwang die hen berooft van hun instinctieve vermogen tot échte vader- en moederliefde: het vermogen om een kind te geven wat het nodig heeft om gelukkig aan zijn leven te beginnen, en daar als ouder zelf echte vreugde aan te ontlenen.

Uitzendingen als deze buiten nieuw leven uit. De makers gebruiken de situatie puur om een programma te vullen, zonder er iets voor terug te geven. Dat had wel gekund, bijvoorbeeld door kijkers bewust te maken van de werkelijke behoeften van kinderen, of door te vragen naar de kindertijd van de betrokkenen en hoe die doorwerkt in het heden. Kortom: door met empathie met het kind mee te voelen. Maar de tragiek bestond er vooral uit dat de makers en medewerkers van het programma noch hun eigen tragiek, noch die van de betrokken kinderen echt konden voelen. Hun eigen, emotioneel ontoegankelijke kindertijd vormde immers de blinde vlek van waaruit het programma werd gemaakt.

Voor mij was het te laat om mijn eigen kinderen te laten profiteren van een doorvoeld en verwerkt verleden, waaruit empathie en gevoeligheid voor hun behoeften had kunnen ontstaan. Maar ik hoop met dit schrijven te kunnen bijdragen dat anderen de stap wél wagen. Dat zij hun eigen geschiedenis nader willen bekijken en durven voelen wat die met hen heeft gedaan. Alleen zo kunnen kinderen in de toekomst écht onbezorgd aan hun leven beginnen.

Alice Miller schreef: “If we have the courage to speak out and claim our truth about our childhood trauma and subsequent reenactment throughout life, we no longer need be imprisoned by it because we are not in denial of it.” Aan deze woorden moest ik denken, omdat dit volgens mij de meest waarachtige basis is om voor nieuw leven te kiezen.

Tags:

Picture 44.jpg

Laatste artikelen

Archief

Platform onze kindertijd © Rupz | Inloggen beheerder.