Brief aan mijn broer

Gepubliceerd door Oliane op 26 december 2017

Beste E.,[1]

Ik schrijf je deze brief omdat ik de behoefte voel me uit te spreken over welke invloed jouw gedrag  had op je neven en nichten – mijn kinderen en die van onze zus – in de periode nadat onze vader in 1977 was overleden. Het is niet mijn bedoeling om je te beschuldigen, maar om jou bewust te maken van hoe ik nu aankijk tegen wat er toen in het ouderlijk huis gebeurde. Sinds ik mezelf beter begrijp en de mist van verdringing is opgetrokken van de pijnlijke ervaringen uit mijn kinder- en jeugdjaren, ben ik ook meer gaan begrijpen hoe het voor jou geweest moet zijn als kind. Want het is treurig dat je met de manier waarop je jouw verwanten bejegende jij je eigen tragische geschiedenis herhaalde.

Deze ervaringen uit je verleden moeten voor jou traumatisch en destructief zijn geweest. Want als jouw herinneringen liefdevol en hartelijk waren geweest, empathisch en verbindend, had je hen niet met koudheid, onverschilligheid en gebrek aan eerbied en respect bejegend. Dan had je, toen je nog bij onze moeder thuis woonde, je neven I. en O. niet gekwetst met je woorden ‘wegwezen’ toen I. een keer zijn grootmoeder wilde bezoeken samen met een vriendje en er een flink stuk voor had gefietst en O. in zijn behoefte aan toenadering en verbinding ‘te dicht’ bij je in de buurt kwam.

Je zou hen hartelijk welkom hebben  geheten en op hun gemak gesteld met vriendelijk luisteren, een drankje en een versnapering als moeder er niet was. En het zou onmogelijk zijn geweest als je in een omgeving was opgegroeid waar je met eerlijkheid, respect en affectie was omgeven, je het tot een handgemeen had laten komen met je neef A., omdat hij – in zijn tienerjaren – niet meer voor je boog. En mij bedreigde met ‘moet je soms een klap hebben’,  omdat je tegenspraak moeilijk kon verdragen.

Met herinneringen in je lichaam bewaard van vriendelijkheid en warmte zou je niet in staat zijn geweest deze verwondende woorden te spreken, een kind te slaan en een atmosfeer van vijandigheid te creëren als je verwanten hun grootmoeder bezochten. Je zou met je neven en nichten gesproken hebben op een manier die geen angst bij hen wekte en vriendelijk was, met eerbied voor hun gevoelens en behoeften, omdat je ervaringen had gekend van tedere zorg en in elke situatie op bescherming kon rekenen van je ouders. Je zou niet in staat zijn geweest schuld aan te brengen, schaamte en angst als je deze ervaringen zelf niet gekend hebt. Met ervaringen van empathie en liefde zouden zij je vertrouwd hebben, zich met je verbonden gevoeld en van je gehouden hebben.

Maar mijn kinderen hielden niet van hun oom die hun gevoelens verachtte en wilden hun grootmoeder alleen  bezoeken als jij er niet was. Want ze voelden zich emotioneel onveilig en verward in jouw aanwezigheid en moesten deze gevoelens onderdrukken en hun vrije expressie verbergen, die jij niet accepteerde. Want om zich veilig te voelen en jou te vertrouwen, moesten ze op jouw vermogen kunnen vertrouwen hun grenzen te respecteren. Met het onderdrukt houden van de pijn uit de beginjaren van ons leven wekken we bij een kind zeer veel angst op en deze onderdrukking van authentieke emoties en gevoelens van het kind dat we waren creëert emotionele afstand tussen het kind en de volwassene. Eerst dan kunnen we onvoorwaardelijke liefde geven aan onze kinderen, kleinkinderen, neven, nichten en andere kinderen als we onze eigen geschiedenis kunnen VOELEN en deze levensbelangrijke informatie in ons hebben opgenomen en we liefdevol kunnen handelen.

Ik ben ervan overtuigd dat deze verachting van de gevoelens van de ander in jouw kindertijd is ontstaan. Want wat we in onze eerste levensjaren meemaken, is bepalend voor hoe we ons later gedragen. Als pijnlijke ervaringen van het ontbreken van aandacht, begrip voor onze gevoelens en behoeften, bescherming en onvoorwaardelijke ouderliefde niet in een therapie doorvoeld zijn of op een andere manier er aandacht aan hebben gegeven, dan dragen we de werking van niet-doorleefde emoties over op anderen en dat kan men het makkelijkst doen met zwakkeren, zoals de eigen kinderen, omdat zij zich niet kunnen verweren, afhankelijk zijn van hun ouders en steeds beschikbaar. Maar aangezien jij destijds zelf nog geen kinderen had om je onderdrukte trauma’s op over te dragen en niet in een therapie geleerd had je angsten en je woede te begrijpen, liet jij je neven en nichten jouw angst voelen die vermengd was met wrok en haat van het kind dat door zijn ouders vernederd en veracht werd en belastte je hen met je eigen verloochende leed.

Van dat verdriet en die pijn was ik dagelijks getuige, want ik was bijna drie jaar oud toen jij geboren werd en ik heb gezien en gehoord hoe jij behandeld bent door onze moeder en vader. Met enkele herinneringen kan ik je vertellen hoe destructief onze ouders waren voor hun kleine, weerloze kinderen. Gebeurtenissen die jij compleet ontkend en verdrongen kan hebben en je gevoelens hierover nog steeds geblokkeerd zijn. En het spijt me voor je als mijn woorden pijn in je triggeren die in je lichaam is onderdrukt en waar ik getuige van was toen het werd aangebracht. Hun gedragingen waren niet met bescherming, warmte en tederheid omgeven, maar met hardheid, koudheid, ongevoeligheid en onverschilligheid.

Je was ongeveer zes maanden oud toen ik toekeek hoe moeder je waste en aankleedde. Je toonde aardig wat geduld, tot je begon te protesteren. Moeder nam jouw signalen echter niet serieus; ze negeerde ze, zoals zij telkens jouw verlangens en behoeften negeerde. Ze gaf je het commando ‘liggen blijven’. Met deze koude, harde woorden wekte ze zeer veel angst bij je op. Ik zag die angst meteen, omdat je geen weerstand meer bood en bewegingloos bleef liggen.

Nu ik op deze gebeurtenis terugkijk, weet ik dat het een ‘freeze-reactie’ was die ik toen bij je zag: een alarmreactie van jouw lichaam om te vluchten of te vechten bij dreigend gevaar. Maar jij kon niet vluchten of vechten tegen de bedreiging die je ervaarde, en je was hulpeloos aan je moeder overgeleverd, want zij had macht over jou. Ik vroeg haar waarom je stil moest blijven liggen, omdat ik met je te doen had. Ze zei dat ze nog lotion in je haar moest doen, waarop ik opnieuw vroeg: ‘Waarom?’ ‘Dat hoort zo,’ was moeders antwoord. Ik kon niet begrijpen waarom ‘dat hoort zo’ belangrijker was dan het ingaan op jouw behoeften. Want het was niet zo dat je haar hinderde met je protest. Het was jouw natuurlijke, authentieke manier om je grenzen aan te geven, als belangrijk onderdeel van jouw groeiende persoonlijkheid. 

Een moeder van wie de gevoelens in haar kindertijd niet werden bevroren, zal de signalen van haar kind verstaan en serieus nemen. Ze respecteert de grenzen die haar kind aangeeft, communiceert teder en dringt geen onnodige handelingen op. Ze beantwoord zijn signalen en kalmeert de onrust en angst. Maar jouw moeder – en dat gold ook voor jouw vader – kon jouw natuurlijke acties, reacties en levendigheid niet verdragen. Die herinnerden haar namelijk aan haar eigen onderdrukte pijn; de pijn waar ze zo bang voor was en waarover haar lichaam sprak in de vorm van migraine en kanker. Het waren de herinneringen van het kleine meisje dat van haar eigen moeder niet de ruimte kreeg om haar gevoelens te beleven, en later met haar kinderen haar verdrongen geschiedenis naspeelde.

Voor het onrecht dat zij zelf ervaren had bij haar eigen eisende moeder, wreekte ze zich op haar kinderen. Ik heb je daar al een voorbeeld van gegeven uit de tijd toen je een baby van zes maanden was. Ze bedreigde je met commando’s, wekte zeer veel angst en stress bij je op, en manipuleerde, kneep, schreeuwde en sloeg. Ook gebruikte ze een vocabulaire dat gericht was op vernedering, zoals viespeuk, stinkerd, mormel, loeder, blaag en mispunt.

Door dit actieve vernederen leerde ze haar kinderen dat ze geen respect verdienden en geen persoon waren. Wanneer haar kinderen ‘eisen’ aan haar stelden, zoals vroeger haar eigen moeder deed, wekte dat haar woede op. Die woede was alleen bestemd voor haar eigen moeder die ze decennialang onderdrukt had; het had niets met haar kinderen of met liefde te maken.

In mijn kinderjaren zei moeder weleens dat ze zich niet liet ringeloren of tiranniseren. Dit doet me denken aan een passage uit Het drama van het begaafde kind van Alice Miller. Zij schrijft dat een moeder dat een moeder zich niet laat tiranniseren omdat ze als volwassen vrouw niet meer het weerloze kind van een eisende moeder is. Via haar eigen kinderen kan ze ervoor zorgen dat het kind niet huilt en haar niet hindert.  Door hen zo op te voeden, dwingt ze alsnog de consideratie en het respect af die haar eigen ouders haar schuldig bleven. Dit was de waarheid van mijn moeder; een geschiedenis die zich herhaalde in de omgang met haar kinderen. Zodra jij hoge ‘eisen’ aan haar stelde, net als haar moeder vroeger, was zij nu niet meer weerloos. Dan voelde ze bijvoorbeeld de behoefte om te slaan, waarmee de kinderlijke tragedie zich voltrok.   

Ik was er getuige van dat je door moeder geslagen werd. Je was toen ongeveer 11 maanden oud. Zelfstandig lopen kon je nog niet helemaal, maar door je vast te houden aan meubels was je mobiel. Je wilde op de lage houten stoel met de biezen zitting klimmen. Ondanks al je inspanningen slaagde je er niet in. Uit teleurstelling, frustratie en boosheid begon je hevig te huilen. Een empathische moeder zou proberen te begrijpen wat er aan het verdriet van haar kind voorafging, en hem laten weten dat ze er voor hem is. Door mee te voelen weet zij immers wat haar kind nodig heeft, en dat huilen en boosheid op dat moment de taal is die hij tot zijn beschikking heeft. Het is zijn manier om te vertellen wat er aan de hand is en wat hij nodig heeft.

Een moeder die zelf in een sfeer van liefde is opgegroeid – en niet in de koude, onverschillige omgeving die onze moeder heeft gekend – zou haar kind nooit straffen voor zijn wanhoop en hulpeloosheid. Maar jouw huilen maakte je moeder woedend. Omdat je hiermee ‘eisen’ aan haar stelde, herinnerde het haar aan een pijn die zij zelf altijd had moeten onderdrukken. Ze kwam de keuken uit stormen, schreeuwde dat het ‘nu maar eens afgelopen moest zijn’, pakte je bij je arm en sloeg je tegen je broek. Daarna liep ze direct weer terug naar de keuken. Ze liet je volkomen alleen in je angst, pijn en hulpeloosheid na deze vernederende, uiterst pijnlijke behandeling. Ook mij en onze zus, die naast me stond, negeerde ze totaal. Zo werden we allemaal altijd alleen gelaten met onze pijn.  

Geschokt en verstijfd van angst had ik toegekeken, net als onze zus. Deze gebeurtenis riep bij mij sterke gevoelens op van onveiligheid en posttraumatische stress. Want toen ik net zo oud was als jij, was mij hetzelfde overkomen: moeder sloeg mij ook. Maar deze sterke emoties mocht ik niet tonen uit angst voor straf en afwijzing; ik moest ze tientallen jaren lang in mijn lichaam onderdrukken voordat ik ze kon bevrijden. Ook jij moest de sterke emoties onderdrukken van de kwellingen die je elke dag te verduren kreeg. Het onderdrukken van zulke krachtige gevoelens is een tragedie voor een kind. Het gevolg is dat het kind ongevoelig wordt voor zijn eigen pijn én voor het lijden van een ander. Door deze geblokkeerde empathie beschadigde je later je verwanten. 

Jouw actie en reactie waren authentiek en niet bedoeld om moeder te frustreren of te hinderen. Je had haar aandacht nodig en aanmoediging bij deze nieuwe, spannende stap, en je wilde het middelpunt van haar belangstelling zijn. Je had haar bevestiging nodig en bewondering nodig voor je inspanningen toen je, met de tranen nog in je ogen, opnieuw een poging deed om op de stoel te klimmen en daarin slaagde. Het ondernemen van eigen, autonome acties geeft het kind namelijk een gevoel van macht en controle over het eigen leven, wat essentieel is voor zelfvertrouwen. Als een kind ervaart dat het zélf de regie heeft – in plaats van dat vader en moeder alle macht over zijn leven bezitten – voorkomt dat gevoelens van hulpeloosheid, angst, beschaming, pijn en woede. Zo ontwikkelt het een gezond zelfbewustzijn.  

Ik heb dagelijks moeten toekijken hoe machteloos en hulpeloos je gemaakt werd en je ongelukkige gezicht gezien. Met bevelende woorden zoals ‘uh’, ‘nee’, ‘foei’, ‘niet doen’, ‘afblijven’, ‘luisteren’, ‘wat heb ik nou gezegd’, maakten onze ouders misbruik van hun macht en bedreigden ze ons met onthouding van liefde. Op deze manier wekten ze ontzettend veel angst en brachten ze ons in ernstige verwarring over wat liefde is en hoe liefde voelt. Elke dag richtten ze ernstige pijn en destructie aan, waarmee ze inbreuk maakten op de autonomie en de ontplooiingsmogelijkheden van hun jonge kinderen. 

Maar angst inboezemen, gehoorzaamheid en onderdanigheid afdwingen, en het kind zo liefde onthouden, getuigt niet van respect. Het verwondt de ziel van het kind, maakt het onzeker en geremd, en vernietigt het zelfbewustzijn, waardoor het kind zijn authentieke zelf moet onderdrukken. Angst wekken is een strategie om gehoorzaamheid af te dwingen, zodat het kind de ouder(s) niet hindert en het voldoet aan de behoeften van de ouders. Dit leidt tot het blokkeren van de vrije expressie van gevoelens, waardoor geen kans krijgt een eigen identiteit en persoonlijkheid te ontwikkelen. Het eisen van gehoorzaamheid heeft niets met het kind te maken; het is het gevolg van onverwerkte conflicten uit de kindertijd van de ouders en staat in de weg om het kind te vertrouwen en lief te hebben.  

De verwonding van je waardigheid zag ik terug in de manier waarop je met je neven en nichten omging, en later met je eigen kind. Met machtsuitoefening, angst en actieve vernedering speelde je de vroege situatie na met je verwanten. Deze angst-agressie verhinderde hen zich vrij te uiten en hun autonomie te behouden wanneer ze op bezoek waren bij moeder en jij er ook was. Het bezorgde hen stress, schaamte en schuldgevoelens. Alsof ze iets verkeerds deden als ze simpelweg zichzelf waren,: trots en onafhankelijk. De uiterst pijnlijke vernederingen die je zelf als weerloos kind moest ondergaan wanneer je je vader of moeder ‘voor de voeten liep’ en ze wegwezen’ of schiet op’ riepen, liet je nu hen voelen.

Terug kijkend op jouw kinder- en jeugdjaren, de mijne en die van onze zus, zie ik dat deze doortrokken geweest van vernedering en vervolging van het levende in het kind. Wat leefde moest in de kiem gesmoord worden. Zo gebeurde het dat ik als baby het leven al had opgegeven, wat later in mijn leven de basis vormde van een levensbedreigende depressie. Want zonder liefde kan een baby niet leven. En liefde houdt in dat gevoelens serieus genomen worden en behoeften worden vervuld, zodat het kind de liefde ook daadwerkelijk voelt.  

Ik heb niet gezien dat onze ouders aan jouw kant stonden om je de gelegenheid te geven waarlijk jezelf te zijn. Ook heb ik mezelf in het gezin nooit als afzonderlijke persoon serieus genomen en gerespecteerd gevoeld. De vernedering en de vervolging vroeg in het leven van hun kinderen moest voorkomen dat het kind een eigen persoon werd, los van hen. Dat moest bestreden worden om de eigen pijn niet te VOELEN van het feit dat zij zelf nooit een persoon waren geweest voor hun eigen ouders. Onze ouders waren twee gefrustreerde, agressieve en niet-autonome mensen die de persoonlijkheid van een kind verachten. Zij verwarden hun eigen kinderlijke realiteit met die van hun kinderen en waren blind waren voor hun eigen absurde gedrag, dat extreem liefdeloos was.  

De gevoelloosheid voor de gevoelens en behoeften van hun kinderen, het niet willen luisteren, het niet serieus nemen en het niet verbaliseren van gevoelens en behoeften had ernstige gevolgen voor ieder van ons. Een kind moet met zijn angsten, problemen en behoeften bij zijn ouders terecht kunnen, zodat het niet alleen hoeft te zoeken naar een oplossing voor emotionele problemen. Maar die gevoeligheid was er in het gezin niet. Mijn gevoelens, behoeften en verlangens werden verwaarloosd, waardoor ik me alleen, verlaten en behoeftig heb gevoeld.

Vanaf mijn prille bestaan moest ik zelf een weg zien te vinden in mijn moeilijkheden en mijn honger naar liefde – iets wat voor een heel klein kind simpelweg onmogelijk is. Ik denk dat dit voor jou en onze zus niet anders was, omdat ik daar nooit iets van heb gezien of gehoord. We konden op emotioneel niveau niet vrijuit praten of onze angsten en problemen met hen bespreken. Hierdoor waren we gedwongen om pijn, woede, verdriet in ons lichaam te onderdrukken. Het is een groot drama in het leven van een kind als het zich niet mag uitspreken over de wrede behandeling die het krijgt. De ervaringen kunnen dan niet worden verwerkt en blijven in het lichaam gevangen.

Dat onze ouders de gevoelens van hun kinderen niet verbaliseerden, had voor ieder van ons ernstige gevolgen. De vele ruzies die er bijvoorbeeld tussen ons drieën waren, wijt ik daaraan. Kinderen die door hun ouders niet worden begrepen in hun pijn en machteloosheid, reageren hun frustraties, irritaties en woede namelijk vaak af op hun broers, zussen of andere kinderen. Zeker wanneer ze niet geholpen worden om hun emoties onder woorden te brengen. Een kind zoekt een uitlaatklep voor onderdrukte pijn en woede, die door het opkroppen voor enorm veel spanning zorgen. Maar als een kind wél geholpen wordt om gevoelens te uiten, vindt het vaak zelf een oplossing voor problemen of kan het de realiteit makkelijker aanvaarden.

Terwijl ik dit zo schrijf, twijfel ik er niet aan dat de meeste ruzies zelfs terug te voeren zijn op het niet verbaliseren van de gevoelens van onze zus en mij bij de komst van een nieuw broertje. Lang heb ik niet begrepen waarom ik als kind dacht dat jij werd voorgetrokken. Telkens wanneer deze gevoelens van jaloezie en boosheid bij me opleefden, observeerde ik nauwgezet hoe onze ouders met je omgingen. Maar ik heb nooit een aanwijzing kunnen vinden van liefde voor jou die er voor mij niet was. Nu ik mezelf beter begrijp, is me duidelijk geworden dat deze gevoelens ontstaan zijn door het niet benoemen van mijn gevoelens bij de komst van een pasgeboren baby. Dat verklaart ook waarom ik geen verbinding en geen liefde met je voelde. En waarom ik je niet accepteerde en je niet bij mijn activiteiten betrok.

Een jong kind kan zeer reële angsten hebben bij de komst van een nieuw broertje of zusje en kan in het leven van een kind zelfs een traumatische gebeurtenis zijn. Het kind kan bijvoorbeeld het gevoel hebben dat moeder niet meer van haar houdt en het broertje haar vervangt en ze niet meer de moeite waard is. Een nieuwkomer kan dus hele onprettige gevoelens opwekken. Het is absoluut noodzakelijk dat deze distress (nood) geuit kan worden. Om de ‘indringer’ te accepteren en de harmonie in het gezin te bewaren, moet het kind geholpen worden te vertellen wat er in hem of haar leeft, en moet het kind telkens de bevestiging krijgen geliefd te zijn.

Voor mij was de grootste angst als bijna driejarige dat ik de aandacht en liefde van moeder, die ik zelf al ontbeerde, met jou moest delen. Het was voor mij ondraaglijk dat ze met jouw verzorging bezig was en je op de arm nam. Dat gaf me veel spanning en onaangename gevoelens, en het was erg moeilijk voor me om je aanwezigheid te accepteren. Dat lag niet aan jou of aan mij, maar aan de gevoelloosheid van onze ouders voor de gevoelens en behoeften van hun kinderen en het zich onttrekken aan de emotionele communicatie met hen. Mijn zus en ik werden niet bijgestaan om onze gevoelens openlijk uit te spreken in deze nieuwe, uitdagende situatie, zodat we jou hadden kunnen accepteren en liefdevol op je hadden kunnen reageren. Het moet je veel pijn en verdriet gedaan hebben te voelen dat ik je niet accepteerde, en het spijt me voor je als je deze gevoelens draagt.

Met deze herinneringen probeer ik de sfeer te beschrijven waarin wij opgroeiden toen we nog klein en hulpeloos waren. Ik laat zien hoe het gezin een plek was van actieve vernedering en depersonalisatie, waarbij de persoonlijkheid en waardigheid van het kind werden miskend. Eigenlijk hoef ik je dit niet te vertellen. Deze informatie zit opgeslagen in je lichaam. Je kunt toegang krijgen tot deze herinneringen als je dat wilt, tenzij de kracht van de onderdrukking de weg naar de waarheid blokkeert.

Taferelen van vernedering en verachting waren aan de orde van de dag. Wij waren als kinderen het doelwit van de opgekropte haat die onze ouders voelden jegens hún ouders. Ouders kunnen immers pas empathisch en liefdevol reageren als ze zich hebben bevrijd van de trauma’s uit hun eigen kindertijd. Dat hadden ze kunnen doen door in therapie te gaan, of door eenvoudig te luisteren naar wat wij als kinderen signaleerden. Omdat de weg naar hun authentieke gevoelens was afgesloten, raakte ik in een diep isolement. Ik verloor de verbinding met mijn ware zelf, en dat voelde als sterven.

In zo’n atmosfeer van vernedering, inperking, ongevoeligheid en autoritair gedrag heb jij je hele kindertijd en jeugdjaren doorgebracht. Toen vader overleed, ging jij op zijn stoel zitten. Je was niet langer het kleine, machteloze en hulpeloze jongetje. Door vaders plaats in te nemen kon je nu zelf angst inboezemen, de tikken uitdelen en je verwanten afwijzen. Precies zoals je vroeger zelf door je ouders werd afgewezen, geslagen, bang gemaakt en weggestuurd. Eenmaal op zijn stoel speelde je de vervolging na die je als kind meemaakte. Zo kon je heersen over moeder, die al snel weer de onderdanige rol aannam waarmee ze ook vader had gediend.

Na vaders overlijden kwam ook de tragische afhankelijkheid van je vroege, wrede ouders aan het licht. Je ging voor moeder zorgen en voelde je verantwoordelijk voor haar behoeften. Het is pijnlijk dat je toen geen empathisch mens naast je had. Iemand die je had kunnen helpen om je bewust te worden van de terreur die je ouders uitoefenden op hun jonge kinderen, en die je had kunnen steunen om je verwarring en angst te begrijpen. Die angst is immers nog steeds verbonden met het kleine kind dat je was. Met die hulp had je deze diepe haat niet hoeven overdragen op je verwanten, en had je kunnen werken aan de heling van je verwondingen.

Een van de laatste keren dat ik moeder sprak, verweet ze me dat ik me losmaakte uit de destructieve binding die ik met haar had. Ze zei dat ze aan mij ‘niet veel had, want ik kwam maar één keer in de twee weken en jij bijna elke dag.’ Van jou kon ze op aan; ze had jou zo opgevoed dat je altijd beschikbaar voor haar was.

Je hebt de vernederingen, de angst en de onmacht door het gedrag van onze ouders altijd moeten onderdrukken, en je woede moeten opkroppen. Nu had je hier een uitlaatklep voor. In de manier waarop je jouw weerloze verwanten benaderde, uitte zich deze vroege onderdrukking en de bedreiging van je ware zelf. En het is hartverscheurend dat het kind dat erin slaagde om haar eigen angst — onder de angst-agressie die jij uitoefende — het sterkst te onderdrukken, de favoriet werd van jou en moeder. Ik denk dat dit komt doordat dit begaafde kind, dat feilloos aanvoelde wat er van haar verlangd werd, bij jou en moeder geen herinneringen opriep aan jullie eigen angsten en onzekerheden als kleine kinderen.

Telkens als ik moeder aansprak op jouw gedrag in de omgang met mijn kinderen en de kinderen van onze zus, koos zij niet de kant van het weerloze kind. Dan zei ze bijvoorbeeld: ‘Hij houdt nu eenmaal niet van kinderen. Moet hij dan net doen alsof hij kinderen leuk vindt?’ Met deze woorden wordt de rol van moeder pijnlijk duidelijk: een vrouw die dienstbaar was aan het misbruik. Ze nam er in feite actief aan deel door de zwakkere niet in bescherming te nemen tegen jouw machtsmisbruik en het onthouden van liefde dat daarmee gepaard ging.

Uit deze woorden werd mij later duidelijk dat ‘het niet van kinderen houden’ – de afkeer die ook onze vader en moeder van kinderen hadden – de boodschap was van het verwaarloosde kind dat je zelf ooit was. Misschien heb je nog geen ervaring met jouw innerlijke kind, of ontken je het bestaan ervan, zoals de meeste mensen doen. Wat je nu nodig hebt, is leven met jouw waarheid. Het is tijd om te gaan zorgen voor dat in de steek gelaten, onbegrepen en misbruikte jongetje. Want die kleine jongen heeft jouw aandacht en liefde hard nodig.

Dat kleine kind dat in je leeft, zou je kunnen helpen om zijn hekel aan kinderen — zijn kinderhaat — te begrijpen. Die haat is er immers alleen maar om de ouders te sparen; de ouders die niet hielden van het kind dat je was en die je lieten lijden. Je kunt dit jongetje vertellen dat hij niet meer bang hoeft te zijn, omdat hij allang niets meer van hen te vrezen heeft en jij hem nu beschermt. Zeg hem dat hij zichzelf niet hoeft te haten voor wat zijn ouders hebben gedaan. Help hem om de woede te voelen die nu nog verscholen zit achter angst en schuldgevoel. Als je dit innerlijke kind blijft ontkennen, zul je nooit begrijpen waar je hekel aan kinderen vandaan kwam (en misschien nog steeds komt). Je blijft dan tot het einde van je leven gevangen in je kindertijd, als het afhankelijke kind van je misbruikende ouders. Want je kunt pas een echt vrij leven leiden als je met jouw waarheid kunt leven.

In plaats van compassie te hebben met je neven, nichten en later je eigen kind, behandelde je hen gevoelloos. Als kind stonden zij machteloos; ze konden het misbruik niet zelf stoppen. Ze hielden hun reacties in en raakten gestrest. Ze voelden zich onzeker, angstig, machteloos en beschaamd omdat ze het in jouw ogen nooit goed konden doen. Ze konden er niets aan doen dat ze beschadigd raakten. Om dat te voorkomen, hadden ze bescherming nodig van hun ouders. Van mij als hun moeder op wie ze moesten kunnen vertrouwen, van hun vader, en van mijn zus en haar partner.

Het was verkeerd hen bescherming te weigeren en bloot te stellen aan misbruik. In die tijd was mijn afweer nog intact, die me heel lang van de waarheid heeft afgehouden. Maar nu ik het lijden uit mijn kindertijd echt kan voelen, voel ik ook de diepe pijn dat ik mijn dierbaren niet heb kunnen beschermen. Ik kon hen niet beschermen tegen mensen die hun eigen pijn onderdrukt hielden, waardoor mijn dierbaren werden blootgesteld aan koudheid, destructie en een gebrek aan empathie en affectie. Vanuit de emotionele kennis die uit mijn geschiedenis naar boven kwam, is me gaandeweg duidelijk geworden dat kinderen absoluut beschermd moeten worden tegen de onderdrukte emoties uit de kindertijd van de volwassene. Als klein meisje was het voor mij onmogelijk te doorzien wat er om me heen gebeurde. Ik was bang om me te verzetten als ik pijn en woede voelde; een logische reactie op het gebrek aan verbinding met mensen die ongevoelig waren voor mijn gevoelens en behoeften. Ik kon bijvoorbeeld niet tegen oom Rien zeggen ‘ik moet jou niet’, of tegen mijn vader en moeder ‘ik haat jullie want jullie doen me telkens pijn’ als gezonde reactie op het onrecht dat me overkwam. In plaats van een natuurlijke en gezonde reactie te kunnen geven als iemand me pijn deed, voelde ik me beschaamd, schuldig en slecht, en dacht ik dat ik niet deugde.

Omdat ik vanuit mijn eigen onveilige en ongelukkige thuissituatie nooit had geleerd om voor mezelf op te komen, heb ik dat mijn kinderen helaas ook niet meegegeven. Hierdoor negeerde ik de signalen die zij op hun eigen manier lieten zien. Zij hadden geen andere keus dan zich naar dit onrecht te schikken. Maar omdat we als volwassenen keuzes kunnen maken, is de afwezigheid van een 'happy home' nooit een excuus om je kinderen niet te beschermen. Ik neem hier dan ook de volle verantwoordelijkheid voor. We kunnen de geschiedenis niet veranderen, maar we kunnen wel eerlijk worden naar onszelf en naar anderen. Als ik de verantwoordelijkheid voor mijn handelen nu niet zou nemen, zou ik de gevoelens van mijn dierbaren opnieuw niet serieus nemen. Dan zou ik er geen eerbied en respect voor tonen, en niets van mijn eigen geschiedenis hebben geleerd.

Na het lezen van deze brief zou je ervoor kunnen kiezen om hetzelfde te doen: je verantwoordelijkheid nemen voor het kwetsen van je verwanten, iets waar je nog nooit enig schuldgevoel over hebt getoond. Je zou erover na kunnen denken waarom je zwakkere personen pijn wilde doen op een manier die levenslange sporen nalaat. Ik hoop dat je de moed vindt om het kleine jongetje dat je was – en dat nog steeds in je leeft – te helpen inzien en voelen hoe zijn ouders hem lieten lijden, zodat je je eigen woede leert begrijpen. Want dat kind in jou heeft jouw emotionele eerlijkheid nodig. Het is belangrijk dat jij je verontschuldigingen aanbiedt aan hen die je hebt gekwetst. Zeg hen dat je destijds niet wist dat een oom zoiets nooit had mogen doen, maar dat je nu beter weet en er spijt van hebt. Want, om deze brief te besluiten met de eerlijke en oprechte woorden van Alice Miller uit haar boek Het drama van het begaafde kind: "Het maakt ons vrij wanneer we de reële schuld in het heden ontdekken en we daarvoor onze verontschuldigingen aanbieden aan degene die daardoor geschaad is."

Je zus, Oliane

 

PS Ik heb ervoor gekozen deze brief op mijn weblog te plaatsen, zodat de informatie voor iedereen toegankelijk is. Ik denk dat het ook andere mensen kan helpen om de situatie van het kind dat we waren te begrijpen, en de destructieve patronen te ontwarren waarmee we zijn opgegroeid. Bovendien denk ik dat deze brief je langs deze weg wel zal bereiken. Misschien helpt het anderen om eerlijk te worden naar zichzelf over wat hen vroeger is aangedaan, en in te zien dat ze dat in hun verwarring hebben doorgegeven aan hun kinderen, kleinkinderen, neven, nichten en anderen. Alice Miller schrijft in een van haar boeken: "Als we de wreedheden tegen kinderen willen begrijpen die zich in het verborgene afspelen onder het vierde gebod – dat we onze ouders moeten eren – is het noodzakelijk de privésfeer van het gezin binnen te treden om het misbruik naar buiten te brengen." Daar houd ik me aan.

 



[1] Om te anonimiseren heb ik de tweede letter gebruikt van de namen die in deze brief voorkomen.

Tags:

Picture 44.jpg

Laatste artikelen

Archief

Platform onze kindertijd © Rupz | Inloggen beheerder.